A4-Feuilleton Nr. 12 (juli 2007)
Fileren, dat zal de Tweede Kamer zeker gaan doen met de aanvulling op de Trajectnota/MER die minister Eurlings voor dit najaar heeft aangekondigd in zijn langverwachte recente brief. De Kamer staat op scherp, dat blijkt wel uit de opdracht die het Onderzoeks- en Verificatiebureau van de Tweede Kamer heeft meekregen. Het bureau onderzoekt hoe de rekenfout rond knooppunt Ypenburg heeft kunnen ontstaan.
Waarschijnlijk is het gewoon een slordigheid die in de plotselinge haast in het onderzoek is ontstaan. Het is immers al jaren hollen en stilstaan met de Trajectnota/MER. Telkens wanneer het politieke klimaat gunstig was, probeerden diverse ministers te scoren met de A4. Hoewel wij -als lid van de Klankbordgroep IODS- recht hadden op een tijdige inzage in de stukken, kwamen die stukken in de politieke hectiek telkens te laat of waren ze maar half af. Tja, en wie holt, kan wel eens wat over het hoofd zien. En soms vallen. Maar misschien is er ook wel opzet in het spel; daarom is het goed dat er onderzoek naar wordt gedaan. Uiteindelijk draait het toch om een kwaliteitsbesluit over zo’n ingrijpende ingreep in het landschap van Midden-Delfland en het stedelijke gebied tussen Schiedam en Vlaardingen?
In zijn brief schrijft Eurlings verder dat de verschillen tussen de A4 en het alternatief ‘verbrede A13 + A13/16’ kleiner zijn geworden. Dat wisten we natuurlijk al. Maar we hebben toch wel met de minister te doen. Het wordt er namelijk, met al die schijnwepers op dit dossier gericht, voor Zijne Excellentie niet makkelijker door om de A4 er snel door te drukken. Weliswaar heeft de commissie voor de m.e.r. de zaak dan al nagekeken en goedgekeurd maar ook de Kamer zal, gelukkig voor ons, zeer kritisch zijn.
Die Tweede Kamer kent namelijk - helaas nog niet officieel - ook de “Second Opinion Omissie Ypenburg” (*) die 17 november 2006 verscheen en die is uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat door het gerenommeerde bureau Goudappel Coffeng. Dit onderzoek geeft aan dat het probleemoplossende vermogen van zowel de A4 als de “verbrede A13+A13/16” in 2020 een probleem is. De beruchte ‘I/C-verhouding’, die aangeeft hoeveel verkeer er over een weg wil in verhouding tot de capaciteit van die weg, is zowel voor de Beneluxtunnel (in de A4) als voor de Brienenoordbrug (in de A16) zeer ongunstig.
Als de A4 Midden-Delfand wordt aangelegd, krijgt de verkeersafwikkeling door de Beneluxtunnel in de spits het predicaat ‘slecht’. Ofwel, het verkeer staat daar dus gewoon vast. Dit mag voor Rijkswaterstaat geen verrassing zijn want onafhankelijk deskundige Ben van der Chijs citeert deze conclusie al járen uit stukken van Rijkswaterstaat zelf. De Brienenoordbrug krijgt zelfs het predicaat ‘zeer slecht’ als gevolg van de aanleg van de ‘verbrede A13+A13/16’. Zelfs als beide wegen tegelijkertijd worden aangelegd, komt Goudappel Coffeng niet verder dan ‘slecht/zeer slecht’ voor zowel de Beneluxtunnel als de Brienenoordbrug! Wie het niet gelooft, vraag Provincie Zuid Holland en/of Rijkswaterstaat naar het relevante detail uit de 'Samenvattende tabel' op pagina 4 uit bovengenoemd rapport (*). (De oorspronkelijke tabel uit dit stuk hebben we hier weggelaten op verzoek.)
De A4 M-D en de ‘verbrede A13+A13/16’ lossen dus niks op. Ten eerste genereren ze beide veel nieuw verkeer, emissies en geluidhinder tussen Den Haag en Rotterdam maar ten tweede zetten ze het verkeer aan de zuidkant van Rotterdam volledig klem. Hebben we dat al niet eens vaker gezien, dat het oplossen van het ene knelpunt het volgende knelpunt veroorzaakt? We spraken hierboven al van het ‘fileren’ van de aanvulling op de Trajectnota/MER, zit in dat woord nou toevallig het woord ‘file’ verstopt of niet?
* Second Opinion Omissie Ypenburg, 17 november 2006, Goudappel Coffeng, kenmerk RDZ131/Lhm/1497
Terug - Naar vorige aflevering
